ECLI:NL:RVS:2015:1752
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen strijdig gebruik perceel voor caravanstalling
Het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland legde een last onder dwangsom op aan appellant A om alle caravans en aanverwante voertuigen die niet zijn eigendom van appellant A van zijn perceel te verwijderen vanwege strijdig gebruik met het bestemmingsplan.
Appellant A voerde onder meer aan dat het college gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt dat handhaving niet zou plaatsvinden en dat het gelijkheidsbeginsel en de prioriteitenstelling in de handhaving niet waren nageleefd. Ook stelde hij dat handhaving onevenredig was vanwege financiële gevolgen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit oordeel. De Afdeling oordeelde dat geen concrete, ondubbelzinnige toezegging was gedaan die het vertrouwensbeginsel rechtvaardigde, dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden gezien de verschillende omstandigheden bij andere percelen, en dat financiële gevolgen geen reden zijn om af te zien van handhaving.
Het hoger beroep van appellant A werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de handhavingsmaatregel bevestigd.