ECLI:NL:RVS:2015:1753
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake Wob-verzoek en proceskostenvergoeding
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg over een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De minister had het verzoek van appellant deels ingewilligd, maar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de gevraagde documenten reeds waren verstrekt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordelingen af.
Appellant betoogde dat de rechtbank ten onrechte het beroep wegens niet tijdig besluiten niet had beoordeeld en dat niet alle gevraagde documenten waren verstrekt. De Afdeling oordeelde dat het beroep wegens niet tijdig besluiten niet-ontvankelijk was omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij de minister tijdig in gebreke had gesteld. Wel was het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant stelde niet alle documenten te hebben ontvangen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep wegens niet tijdig besluiten niet-ontvankelijk, verklaarde het beroep tegen het besluit van 3 december 2013 gegrond, vernietigde dat besluit en verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 25 april 2013 ongegrond. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de minister veroordeeld tot proceskostenvergoeding.