ECLI:NL:RVS:2015:1754
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toewijzing proceskostenvergoeding wegens niet tijdig nemen dwangsombesluit
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een dwangsombesluit door de minister van Veiligheid en Justitie. Na het instellen van het beroep heeft de minister alsnog het dwangsombesluit genomen, waarna appellante het beroep introk en vergoeding van proceskosten en griffierecht vorderde.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het verzoek om inzage geen Wob-verzoek was, dat er geen dwangsom was verbeurd en dat het beroep niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de minister aan het beroep is tegemoetgekomen door het dwangsombesluit te nemen kort na het instellen van het beroep. Het feit dat de minister later het besluit wilde intrekken doet hieraan niet af. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe, waarbij de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.