ECLI:NL:RVS:2015:1757
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding tewerkstellingsvergunning vreemdelingenwet
De minister legde op 23 september 2013 een boete van €24.000,- op aan een vennootschap wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De vennootschap had Roemeense werknemers zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden laten verrichten als schoonmakers op een vakantiepark.
De vennootschap voerde aan dat de werknemers zelfstandigen waren en dat zij vooraf onderzoek had gedaan naar de rechtmatigheid van de samenwerking. De rechtbank oordeelde echter dat er sprake was van een gezagsverhouding en dat de vennootschap als werkgever moest worden aangemerkt. Dit oordeel werd in hoger beroep bevestigd.
De vennootschap verzocht tevens om matiging van de boete, stellende dat zij niet verwijtbaar had gehandeld en dat zij dubbel was gedupeerd doordat het vakantiepark haar diensten had beëindigd en de boete had doorbelast. De Raad van State oordeelde dat de vennootschap onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij alle redelijke maatregelen had genomen om overtreding te voorkomen en dat de doorbelasting van de boete en het wegvallen van de opdrachtgever binnen het ondernemersrisico vielen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €24.000,- wegens het laten werken van vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning.