ECLI:NL:RVS:2015:176
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- Th.G. Drupsteen
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling tegemoetkoming in planschade na bestemmingsplanwijziging in Krimpen aan den IJssel
Appellant is eigenaar van twee percelen in Krimpen aan den IJssel en vordert een tegemoetkoming in planschade wegens een bestemmingsplanwijziging die de vestiging van een onderwijsinstelling mogelijk maakt nabij zijn percelen.
Het college kende aanvankelijk een beperkte vergoeding toe, maar na bezwaar en advies van deskundigen werd dit verhoogd. De rechtbank stelde echter op basis van een ander taxatierapport een hogere vergoeding vast en vernietigde het besluit van het college.
In hoger beroep betoogt appellant dat ook voor het eerste perceel een hogere vergoeding moet worden toegekend, terwijl het college stelt dat de rechtbank ten onrechte een eigen waardering gaf en onvoldoende terughoudend was in haar toetsing van deskundigenadviezen.
De Afdeling oordeelt dat het college terecht op het advies van de SAOZ mocht vertrouwen en dat het verschil in taxaties binnen aanvaardbare marges valt. De rechtbank heeft een onjuiste toetsingsmaatstaf toegepast door onvoldoende terughoudend te zijn en de uitspraak wordt vernietigd. Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.