ECLI:NL:RVS:2015:1761
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Landelijk gebied Soest wegens strijd met provinciale regels en onvoldoende motivering windturbines
De Raad van State heeft op 3 juni 2015 uitspraak gedaan over het bestemmingsplan "Landelijk gebied" van de gemeente Soest, vastgesteld op 19 december 2013. Diverse appellanten, waaronder inwoners en een vereniging, hadden beroep ingesteld tegen het plan vanwege onder meer bestemmingswijzigingen, bouwmogelijkheden, en afwijkingsbevoegdheden.
Het plan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader voor het buitengebied van Soest, met bestemmingen als "Agrarisch met waarden" en "Wonen". Appellanten stelden dat hun initiatieven, zoals paardenpensions en woningbouw, onvoldoende werden meegenomen of dat het plan in strijd was met provinciaal beleid, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) en de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS).
De Afdeling Bestuursrechtspraak oordeelde onder meer dat het initiatief voor een paardenpension van appellant sub 1 weliswaar tijdig en concreet was, maar dat de raad niet over voldoende gegevens beschikte om dit ruimtelijk te beoordelen bij vaststelling. De afwijkingsbevoegdheid voor windturbines met een ashoogte tot 20 meter werd vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro, omdat de raad onvoldoende had gemotiveerd dat deze inpasbaar zijn binnen het landschappelijke karakter en de kernkwaliteiten van het gebied, zoals de extreme openheid in het Eemland.
Diverse wijzigingsbevoegdheden voor woningbouw werden in stand gelaten, omdat deze binnen bestaande beleidskaders en met voldoende voorwaarden waren opgenomen. Het bestemmingsplan voor een perceel aan de [locatie 9] werd vernietigd wegens strijd met artikel 4.2 van de PRV en onvoldoende zorgvuldigheid bij belangenafweging.
Verder werden diverse bezwaren van appellanten tegen bouwvlakken, aanduidingen en bestemmingen deels gegrond verklaard, met opdrachten aan de raad om nieuwe besluiten te nemen. De belangenafwegingen van de raad werden over het algemeen als zorgvuldig en redelijk beoordeeld, met uitzondering van enkele specifieke onderdelen.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige motivering, het betrekken van provinciaal beleid en het adequaat verwerken van particuliere initiatieven in bestemmingsplannen.
Uitkomst: Delen van het bestemmingsplan worden vernietigd wegens strijd met provinciale regels en onvoldoende motivering, overige beroepen worden ongegrond verklaard.