ECLI:NL:RVS:2015:1774
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst over kinderopvangtoeslag 2008 wegens onjuiste vaststelling gastouderopvang
De Belastingdienst/Toeslagen had bij besluit van 1 mei 2013 de kinderopvangtoeslag van appellante over 2008 vastgesteld op nihil. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de gastouderopvang via het gastouderbureau ook in de periode van 1 januari tot en met 31 juli 2008 op basis van een geldige overeenkomst had plaatsgevonden. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat appellante aannemelijk had gemaakt dat de gastouderopvang in de eerste helft van 2008 op basis van schriftelijke overeenkomsten conform artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang had plaatsgevonden. De door appellante overgelegde overeenkomsten waren authentiek en de verschillen in uren konden worden verklaard door een wijziging met terugwerkende kracht die tijdig aan de Belastingdienst was doorgegeven.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de besluiten van de Belastingdienst van januari en februari 2014 eveneens vernietigd. De Belastingdienst moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak kan worden ingesteld. Appellante kreeg het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten van de Belastingdienst worden vernietigd, waarna een nieuw besluit moet worden genomen.