ECLI:NL:RVS:2015:1779
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen besluit korpschef inzake verstrekking politiegegevens afgewezen
De appellant verzocht de korpschef om inzage in en verstrekking van politiegegevens die over hem waren vastgelegd. De korpschef gaf hem mondeling inzage op het politiebureau, maar weigerde afschriften te verstrekken. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de appellant niet-ontvankelijk en wees het beroep af. De appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat de brief van 31 maart 2014 van de korpschef wel als een besluit moet worden aangemerkt, en dat het besluit van 27 januari 2015 tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar onterecht was. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het bezwaar van de appellant werd als beroep tegen het besluit van 31 maart 2014 behandeld.
De Raad van State overwoog dat de korpschef conform artikel 25 van Pro de Wet politiegegevens bevoegd is om te bepalen op welke wijze de gegevens worden verstrekt. Het mondeling verstrekken van de gegevens op het politiebureau, waarbij de appellant aantekeningen kon maken, voldeed aan de wettelijke eisen. Het verzoek om afschriften werd daarom terecht geweigerd.
Het beroep tegen het besluit van 31 maart 2014 werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De korpschef werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 31 maart 2014 wordt afgewezen; de korpschef hoeft geen afschrift van politiegegevens te verstrekken.