ECLI:NL:RVS:2015:178
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroepen inzake meldplicht en vervoerskaarten vreemdelingen
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die de beroepen van meerdere vreemdelingen niet-ontvankelijk verklaarde en het COa opdroeg deze beroepen als bezwaren te behandelen. De vreemdelingen hadden bezwaar gemaakt tegen de dagelijkse meldplicht, inhoudingen op hun toelage en de weigering vervoerskaarten te verstrekken.
De rechtbank had geoordeeld dat het COa feitelijke handelingen verrichtte en dat de vreemdelingen eerst bezwaar moesten maken bij de staatssecretaris. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het COa slechts feitelijk beheerder is van de vrijheidsbeperkende locatie (VBL) en dat de staatssecretaris het bevoegde bestuursorgaan is voor de bezwaren. De meldplicht en weigering vervoerskaarten zijn feitelijke handelingen die aan de staatssecretaris zijn toe te rekenen.
De Afdeling vernietigt daarom het deel van de uitspraak waarin het COa is opgedragen de bezwaren als beroepen te behandelen en bevestigt de rest van de uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het deel van de uitspraak dat het COa opdroeg bezwaren als beroepen te behandelen wordt vernietigd.