ECLI:NL:RVS:2015:1786
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en opheffing vreemdelingenbewaring wegens motiveringsgebrek
Bij besluit van 21 april 2015 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat het motiveringsgebrek in het bewaringbesluit niet kon worden hersteld met een aanvullend besluit. De Afdeling overwoog dat de motivering van een vrijheidsontnemende maatregel kenbaar moet zijn in het oorspronkelijke besluit en niet achteraf in een ander document kan worden toegevoegd. Het besluit van 21 april 2015 voldeed hier niet aan, waardoor de maatregel van aanvang af onrechtmatig was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven en aan de vreemdeling werd een schadevergoeding toegekend over de periode van 21 april 2015 tot de dag van opheffing. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en een schadevergoeding wordt toegekend.