ECLI:NL:RVS:2015:180
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onterecht opgelegde boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde aan het bedrijf een boete van €24.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat twee Chinese werknemers werkzaamheden zouden verrichten waarvoor geen tewerkstellingsvergunning was verleend.
Inspecteurs constateerden dat de werknemers borden afwasten en etenswaar bijvulden, terwijl de verleende vergunningen betrekking hadden op werkzaamheden als frituurkok. De vennoten stelden dat deze werkzaamheden binnen de functieomschrijving van frituurkok vielen en dat afwassen slechts incidenteel en bij weinig drukte plaatsvond.
De Raad van State oordeelde dat de werkzaamheden van bijvullen en incidenteel afwassen onder de verleende vergunning vielen, mede gezien de geringe frequentie van deze werkzaamheden en het ontbreken van bewijs dat deze structureel werden verricht. De boete was daarom onterecht opgelegd.
De uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant werd vernietigd, het bezwaar van de vennoten gegrond verklaard, het boetebesluit herroepen en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vernietigd en het besluit herroepen.