ECLI:NL:RVS:2015:1801
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning dakterras op vrijstaande schuur te Purmerend
Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend verleende op 20 september 2013 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een dakterras op een schuur op een perceel te Purmerend. Deze vergunning werd aangevochten door appellant, die bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank Noord-Holland. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het dakterras in strijd is met het geldende bestemmingsplan "De Gors e.a. 2010", omdat dakterrassen alleen zijn toegestaan op aanbouwen die zich recht achter het hoofdgebouw bevinden, terwijl het dakterras zich op een vrijstaande schuur achterin de tuin bevindt. Het college had de vergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, 2o, van de Wabo, maar dit was onjuist omdat een dakterras geen zelfstandig bouwwerk is en niet als bijbehorend bouwwerk kan worden aangemerkt.
De Afdeling stelde vast dat het college het bouwplan had moeten toetsen aan artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, in verbinding met artikel 2.12, eerste lid, onder a, 3o, van die wet, en dat de rechtbank dit niet had onderkend. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van het college van 5 maart 2014 vernietigd. Het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met een goede ruimtelijke onderbouwing. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning voor het dakterras wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met een goede ruimtelijke onderbouwing.