ECLI:NL:RVS:2015:1810
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en toekenning vergoeding kosten bezwaar en hoger beroep wegens onrechtmatigheid raad voor rechtsbijstand
Bij besluit van 21 januari 2014 wees de raad voor rechtsbijstand een aanvraag van appellante om een toevoeging voor rechtsbijstand af. Na bezwaar verklaarde de raad het besluit herroepen en verleende aanvankelijk een toevoeging straf, later een toevoeging civiel. De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van appellante, maar wees vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten af.
Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat zij ten onrechte geen vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten kreeg toegekend, omdat zij op basis van een toezegging van de raad had afgezien van vergoeding, maar deze toezegging niet werd nagekomen. De Afdeling oordeelde dat de toezegging van de gemachtigde van appellante om af te zien van vergoeding enkel gold indien een toevoeging civiel werd verleend, wat aanvankelijk niet het geval was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten betrof, en veroordeelde de raad tot vergoeding van de kosten van bezwaar en hoger beroep, respectievelijk €490,00 per onderdeel, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De raad had ten onrechte niet beslist op het verzoek om vergoeding van de kosten in bezwaar, hetgeen strijdig was met artikel 7:15, tweede lid, Awb.
Uitkomst: De raad voor rechtsbijstand wordt veroordeeld tot vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten en proceskosten hoger beroep, en het griffierecht wordt vergoed.