ECLI:NL:RVS:2015:1819
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.M.H. Hoogvliet
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor kindercentrum ondanks strijd met bestemmingsplan en parkeervoorzieningen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 21 februari 2013 een omgevingsvergunning aan Stichting Vlietkinderen voor het bouwen en gebruiken van een kindercentrum, in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het college het gebrek bij een nieuw besluit op 4 maart 2014 herstelde.
Appellant stelde in hoger beroep dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende was, dat het kindercentrum te massief zou zijn en dat de buitenruimte zou afnemen. Ook voerde appellant aan dat er geen behoefte was aan de voorziening en dat alternatieve locaties mogelijk waren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college een redelijke belangenafweging had gemaakt en dat het hoger beroep faalde.
Verder werd betoogd dat het parkeerbeleid niet handhaafbaar was en dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat zes parkeerplaatsen aan het Klaverveld zouden worden gerealiseerd. De Afdeling stelde vast dat dit een verschrijving betrof en dat het parkeerbeleid wel handhaafbaar is.
De Afdeling bevestigde de eerdere uitspraken en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken worden bevestigd; de omgevingsvergunning blijft in stand.