ECLI:NL:RVS:2015:1822
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwangkosten bij onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 9 oktober 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. Op 15 oktober 2014 heeft het college de beslissing schriftelijk bevestigd en een deel van de kosten (€ 126,00) aan appellant opgelegd. Appellant betwist dat de aangetroffen doos met afvalstoffen van hem afkomstig is en stelt dat het stuk karton met zijn adreslabel in de papiercontainer is gedaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat volgens vaste jurisprudentie degene tot wie afvalstoffen kunnen worden herleid in principe de overtreder is, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet het geval is. Het college baseerde zich op een rapport van de dienst Stadsbeheer met foto's en een ondertekend rapport van een toezichthouder. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het rapport onjuist is.
Het tijdsverloop tussen de foto's van de papiercontainer en het stuk karton is verklaard doordat het afval eerst naar een loods wordt gebracht voor onderzoek. De Raad van State concludeert dat het college terecht appellant als overtreder heeft aangemerkt en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenveroordeling voor bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.