ECLI:NL:RVS:2015:1841
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en opheffing vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende motivering
De vreemdeling werd bij besluit van 28 april 2015 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom niet voor een lichter middel dan bewaring was gekozen. Dit is in strijd met de vereisten voor motivering van een vrijheidsontnemende maatregel. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond.
De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven met ingang van de uitspraakdatum. Tevens werd aan de vreemdeling een vergoeding toegekend voor de periode van bewaring en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Hiermee werd het besluit tot vreemdelingenbewaring ongedaan gemaakt vanwege gebrekkige motivering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de vreemdelingenbewaring opgeheven en een vergoeding toegekend.