ECLI:NL:RVS:2015:1845
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid geloofsovertuiging vreemdeling bij afwijzing asielverzoek
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 24 mei 2013 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, afkomstig uit Afghanistan, stelde zich te hebben bekeerd tot het christendom en voerde aan dat hij bij terugkeer zijn geloof zou belijden, wat bescherming tegen uitzetting zou rechtvaardigen.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vreemdeling geen nieuwe feiten of relevante rechtswijzigingen had aangevoerd en dat zijn geloofsovertuiging niet geloofwaardig was, mede omdat hij zich in algemene termen had uitgelaten en zijn activiteiten in Nederland niet overtuigend waren.
De Raad van State stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van bijzondere, individuele omstandigheden die het refoulementverbod zouden activeren. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van zijn geloofsovertuiging.