ECLI:NL:RVS:2015:1849
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt alsnog verblijfsvergunning na onvoldoende motivering staatssecretaris over risico Zuid-Korea
De vreemdeling vroeg om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 1 oktober 2013 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat zij niet redelijkerwijs kon worden verwacht zich onder de bescherming van Zuid-Koreaanse autoriteiten te stellen vanwege een reëel risico dat Noord-Koreaanse spionnen haar vestiging zouden ontdekken, met mogelijke gevolgen voor haar familie in Noord-Korea. De staatssecretaris erkende dat de vreemdeling tot de Noord-Koreaanse elite behoort maar motiveerde onvoldoende waarom geen reëel risico zou bestaan.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris ondeugdelijk had gemotiveerd waarom de vreemdeling geen reëel en voorzienbaar risico loopt bij vestiging in Zuid-Korea, mede gelet op de bijzondere aandacht van Noord-Koreaanse spionnen voor haar categorie personen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd.