ECLI:NL:RVS:2015:1850
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling termijn toelating en hoofdverblijf bij naturalisatie na identiteitswijziging
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees het verzoek van de verzoeker om het Nederlanderschap te verkrijgen af omdat hij niet vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf had op basis van juiste persoonsgegevens. Dit volgde op een identiteitswijziging in de gemeentelijke basisadministratie, die volgens de werkinstructie geen minieme wijziging was, waardoor de termijn van toelating en hoofdverblijf opnieuw begon te lopen.
De rechtbank had het bezwaar van verzoeker gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid van de staatssecretaris omtrent de termijnstart bij identiteitswijziging binnen het wettelijke kader van de Rijkswet op het Nederlanderschap valt en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat dit beleid niet toepasbaar was.
De Afdeling stelde vast dat de wijziging van de naam van verzoeker geen minieme wijziging betrof en dat verzoeker bewust had volhard in het gebruik van de gewijzigde identiteit. Daarom was de termijn van vijf jaar toelating en hoofdverblijf opnieuw gaan lopen op het moment van de identiteitswijziging. Het beroep van verzoeker werd ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard omdat de termijn van vijf jaar toelating en hoofdverblijf opnieuw is gaan lopen na een niet-minieme identiteitswijziging.