ECLI:NL:RVS:2015:1852
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bezwaar tewerkstellingsvergunning en toekenning belanghebbende status appellant
De Raad van State behandelde het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, die het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. Het geschil betrof de afwijzing door de Raad van Bestuur van een aanvraag tot verlenging van een tewerkstellingsvergunning voor appellant, die werkzaam was als frituurkok bij het bedrijf van de vergunninghouder.
De Afdeling oordeelde dat appellant wel degelijk als belanghebbende kan worden aangemerkt, omdat zij aannemelijk had gemaakt dat er concreet uitzicht op een arbeidsovereenkomst bij het bedrijf bestond. Hierdoor werd het fundamentele recht op arbeid geraakt, wat toegang tot de bestuursrechter rechtvaardigt.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Raad van Bestuur dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De Raad van Bestuur werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast werd de Raad van Bestuur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot terugbetaling van het griffierecht. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt vernietigd en de Raad van Bestuur wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.