ECLI:NL:RVS:2015:1860
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A. Hammerstein
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over planschade tegemoetkoming wegens onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg kende op 27 augustus 2012 aan appellanten een tegemoetkoming in planschade toe, waarop zij bezwaar maakten. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit in januari 2014. Appellanten stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde in een tussenuitspraak dat het college onterecht het advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) aan zijn besluitvorming ten grondslag had gelegd, omdat daarin onjuiste aannames waren gedaan over bouwmogelijkheden op het aangrenzende perceel. Het college moest een nieuw besluit nemen, wat in februari 2015 gebeurde met een extra tegemoetkoming.
Appellanten bestreden de juistheid van het nieuwe advies van SAOZ, met name de interpretatie van de planologische mogelijkheden van het oude Uitbreidingsplan en het nieuwe bestemmingsplan. De Afdeling verwierp deze bezwaren en verklaarde het beroep tegen de besluiten van februari 2015 ongegrond.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college van 7 februari 2013 wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende motivering). Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit van 7 februari 2013 wordt vernietigd wegens strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsvereisten; het beroep tegen latere besluiten wordt ongegrond verklaard.