ECLI:NL:RVS:2015:1868
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onterecht niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland die zijn beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. De rechtbank oordeelde dat appellant geen geldige reden had voor het niet voldoen van het griffierecht binnen de gestelde termijn.
Appellant stelde dat hij betalingsonmacht had en dat de rechtbank ten onrechte zijn brieven en bewijsstukken niet had meegewogen. De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat appellant wel degelijk stukken had overgelegd waaruit betalingsonmacht bleek, waaronder eerdere rechterlijke uitspraken en bewijs van financiële problemen. De rechtbank had appellant niet de gelegenheid gegeven om dit nader toe te lichten, wat onjuist was.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en beoordeelde het beroep op betalingsonmacht zelf. Gezien de overgelegde stukken achtte de Afdeling het beroep op betalingsonmacht gegrond, waardoor het beroep niet niet-ontvankelijk was. Vervolgens oordeelde de Afdeling dat het beroep tegen het besluit van de minister van Veiligheid en Justitie, die geen dwangsom had verbeurd, ongegrond is.
De Afdeling besloot geen proceskosten toe te wijzen en stelde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Hiermee is het beroep inhoudelijk behandeld en niet afgewezen wegens procedurele tekortkomingen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens betalingsonmacht afgewezen en het beroep inhoudelijk ongegrond verklaard.