ECLI:NL:RVS:2015:1873
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit spoedeisende bestuursdwang wegens onterecht spoedeisend belang
Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend legde op 10, 11 en 14 januari 2013 spoedeisende bestuursdwang op wegens een onzindelijke, onhygiënische en brandonveilige staat van de woning van appellante. De woning werd betreden en ontruimd, waarna de kosten van deze bestuursdwang op appellante werden verhaald. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde beroep in bij de rechtbank, dat werd afgewezen. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het college wel bevoegd was om bestuursdwang toe te passen wegens de staat van de woning, maar dat de situatie niet zodanig spoedeisend was dat onmiddellijke bestuursdwang zonder voorafgaand besluit gerechtvaardigd was.
De Afdeling stelt vast dat de situatie bij de GGD al sinds oktober 2012 bekend was en dat er tot januari 2013 overleg en pogingen tot verbetering waren geweest. Hierdoor kon het college het besluit tot bestuursdwang weliswaar nemen, maar niet op grond van het spoedeisend karakter zonder voorafgaand besluit. De bestuursdwang op basis van artikel 5:31, tweede lid, Awb was daarom onrechtmatig.
De Afdeling vernietigt het bestreden besluit van 15 november 2013 en de onderliggende besluiten van 17 januari en 25 maart 2013. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante. Hiermee wordt het beroep van appellante gegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het besluit tot spoedeisende bestuursdwang en de kosteninvordering worden vernietigd wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.