ECLI:NL:RVS:2015:1886
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens zonder vergunning onttrekken van woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant op 15 oktober 2013 een boete van €12.000,- op wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd door het college niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
Appellant voerde aan dat hij niet in verzuim was omdat hij niet op het adres stond ingeschreven waar het besluit naar was gestuurd en dat hij het besluit pas in februari 2014 had ontvangen. De rechtbank oordeelde dat het college mocht uitgaan van de BRP-gegevens en dat appellant verantwoordelijk was voor het tijdig wijzigen van zijn adres. Het gebruik van het adres als postadres en het feit dat appellant zich pas na verzending uitschreef, maakten het besluit rechtsgeldig bekend.
Verder stelde appellant dat het dwangbevel onterecht was, maar de rechtbank wees dit af omdat tegen een dwangbevel geen beroep mogelijk is. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.