ECLI:NL:RVS:2015:1894
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding na verzoek om bestuursinformatie en verstrekte documenten
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant een verzoek gedaan om diverse documenten, waaronder de initiële akte van aanstelling van een dienstdoende verbalisant. Het college verstrekte aanvankelijk slechts een latere akte van aanstelling en verklaarde het bezwaar tegen deze beslissing ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het college gehouden was de proceskosten te vergoeden die appellant maakte in verband met het bezwaar. De Raad overwoog dat het college het verzoek van appellant niet hoefde te begrijpen als een verzoek om de initiële akte van aanstelling, aangezien dit niet uitdrukkelijk was vermeld. Bovendien had het college later alsnog de initiële akte verstrekt.
Op grond van artikel 7:15 lid 2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is vergoeding van proceskosten alleen verplicht indien het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Nu het bezwaar ongegrond werd verklaard en het college uiteindelijk alle gevraagde documenten verstrekte, was er geen grond voor vergoeding.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.