ECLI:NL:RVS:2015:1897
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten omgevingsvergunning berging wegens strijd met bestemmingsplan en Awb
Het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug verleende op 19 december 2012 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande berging op een perceel te Doorn. Tegen dit besluit en het daaropvolgende besluit van 3 december 2013 werden bezwaren en beroepen ingesteld door appellant en wederpartij. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit van 3 december 2013 en verklaarde het bezwaar van appellant tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat appellant wel als belanghebbende moet worden aangemerkt omdat hij zicht heeft op de berging en de afstand tussen zijn perceel en de berging slechts 20 meter bedraagt. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaarde en beoordeelt de beroepsgronden alsnog inhoudelijk.
Het college stelde dat door een wijziging in het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning meer nodig zou zijn, maar de Afdeling oordeelt dat de totale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken op het perceel de toegestane 150 m² overschrijdt, mede omdat een in 2001 vergunde aanbouw moet worden meegerekend. Hierdoor is een vergunning vereist en bestaat er belang bij inhoudelijke beoordeling.
Verder oordeelt de Afdeling dat het college onterecht een vergunning verleende voor een berging zonder veranda terwijl feitelijk een berging met veranda is gerealiseerd, maar dit is een handhavingskwestie. Ook is vastgesteld dat het college in strijd met het bestemmingsplan een vergunning verleende omdat de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen het maximum van 50 m² overschrijdt.
De besluiten van 3 december 2013 en 24 november 2014 worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Het college wordt opgedragen binnen veertien weken de gebreken te herstellen door een nieuw gemotiveerd besluit te nemen, waarbij ook de mogelijkheid van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan moet worden onderzocht.
Uitkomst: De besluiten van 3 december 2013 en 24 november 2014 worden vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.