ECLI:NL:RVS:2015:1898
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake kinderopvangtoeslag 2009-2010
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten van 2 oktober 2012 de voorschotten kinderopvangtoeslag over 2009 en 2010 voor de wederpartij herzien en vastgesteld op nihil. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van 4 maart 2013. De Belastingdienst stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de wederpartij niet heeft aangetoond dat de kinderopvang heeft plaatsgevonden op basis van een schriftelijke overeenkomst zoals vereist door artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang. Ook is niet aangetoond dat de gestelde kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de wederpartij aanspraak heeft op kinderopvangtoeslag.
Verder is geoordeeld dat de Afdeling een onafhankelijk en onpartijdig gerecht is conform artikel 6 EVRM Pro, en dat de stelling van de wederpartij dat dit niet zo is, onvoldoende is. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze de rechtsgevolgen van het besluit van 4 maart 2013 niet in stand liet, en deze rechtsgevolgen blijven gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit van 4 maart 2013 blijven in stand en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.