ECLI:NL:RVS:2015:1908
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J. Kramer
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke tussenuitspraak over nut en noodzaak bestemmingsplan recreatiepark Landgoed ’t Wildryck
Bij besluit van 4 maart 2014 stelde de raad van de gemeente Westerveld het bestemmingsplan voor recreatiepark Landgoed ’t Wildryck vast, dat de bouw van 80 nieuwe recreatiewoningen mogelijk maakt. Diverse appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden onder meer dat onvoldoende onderzoek was verricht naar de gevolgen voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied, de noodzaak van het plan, en de milieueffectrapportage.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde de ingediende beroepsgronden. Het ecologisch onderzoek en het advies over de natuurwaarden voldeden volgens de Afdeling, zodat geen significante negatieve gevolgen voor het Natura 2000-gebied aannemelijk zijn. Ook oordeelde de Afdeling dat geen m.e.r.-beoordeling verplicht was aangezien de oppervlakte van de nieuwe recreatiewoningen onder de drempelwaarde van 25 hectare blijft. Verder concludeerde de Afdeling dat verkeersoverlast, beeldkwaliteit, compensatie van houtopstand, effecten op beschermde diersoorten en financiële uitvoerbaarheid niet tot vernietiging leiden.
Echter, de Afdeling stelde vast dat de raad onvoldoende onderzoek had gedaan naar de behoefte aan de nieuwe recreatiewoningen. De raad had geen rekening gehouden met de lage bezettingsgraad, de moeilijke verkoopbaarheid van bestaande woningen, het regionale aanbod en mogelijke overcapaciteit. Daarom werd de raad opgedragen dit gebrek binnen 26 weken te herstellen door nader onderzoek en een deugdelijke motivering of door een nieuw besluit met een aangepaste planregeling. De Afdeling zal in de einduitspraak ook over proceskosten beslissen.
Uitkomst: De raad wordt opgedragen binnen 26 weken het gebrek aan een deugdelijke motivering van de behoefte aan nieuwe recreatiewoningen te herstellen of een nieuw besluit te nemen.