ECLI:NL:RVS:2015:193
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- C.M. Wissels
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit eigen bijdrage rechtsbijstand bij nietigverklaring dagvaarding
De zaak betreft een geschil over de eigen bijdrage die [appellant A] moest betalen voor rechtsbijstand verleend door [appellant B] in een strafzaak. De raad voor rechtsbijstand had de eigen bijdrage vastgesteld op € 38,50 en het verzoek om deze op nihil te stellen afgewezen omdat de dagvaarding nietig was verklaard en de zaak was terugverwezen naar de rechtbank.
De rechtbank vernietigde het besluit van de raad wegens een motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betoogden appellanten dat de eigen bijdrage op nihil gesteld moest worden omdat de strafzaak was geëindigd zonder toepassing van straf of maatregel, ook al was er geen inhoudelijke behandeling geweest.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de werkinstructie van de raad die inhoudelijke behandeling als vereiste stelt, in strijd is met artikel 44, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand. Omdat de zaak zonder straf of maatregel eindigde, had de eigen bijdrage op nihil moeten worden gesteld. Het besluit van de raad werd vernietigd, het eerdere besluit herroepen en de eigen bijdrage op nihil gesteld. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan appellanten vergoed.
Uitkomst: De eigen bijdrage van appellant A wordt op nihil gesteld en het besluit van de raad vernietigd.