ECLI:NL:RVS:2015:1938
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen spoedeisende bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 2 juli 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos te verwijderen die naast een restafvalcontainer was geplaatst in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. De kosten van deze bestuursdwang werden deels aan appellante opgelegd.
Appellante stelde dat zij de doos correct in de afvalcontainer had geplaatst en dat een ander de doos daaruit had gehaald en naast de container had geplaatst. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat op grond van vaste rechtspraak degene tot wie afval kan worden herleid in beginsel als overtreder wordt aangemerkt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat diegene het voorschrift niet heeft geschonden.
Appellante kon dit niet aannemelijk maken. Ook de stelling dat de container regelmatig vol was, rechtvaardigt niet het naast de container plaatsen van afval. Verder is het verzoek om vaker legen van containers of het plaatsen van ondergrondse containers met pasjessysteem niet aan de rechter ter beoordeling voorgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van spoedeisende bestuursdwang wegens het onjuist aanbieden van afval wordt ongegrond verklaard.