ECLI:NL:RVS:2015:1941
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot verbetering of verwijdering politiegegevens op grond van de Wet politiegegevens
Appellant verzocht de korpschef om verbetering of verwijdering van bepaalde politiegegevens die betrekking hebben op een melding van bedreiging uit 2007, verdachte transacties en gegevens bij het Team Criminele Inlichtingen (TCI). De korpschef wees dit verzoek af omdat de gegevens over de bedreiging inmiddels waren verwijderd vanwege het verstrijken van de wettelijke bewaartermijn en omdat de gegevens over verdachte transacties onder verantwoordelijkheid van een andere instantie vallen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant geen belang meer had bij beoordeling van het verzoek voor zover het ging om de verwijderde gegevens. Ook was appellant volgens de rechtbank niet gerechtigd om inzage te krijgen in het vertrouwelijke proces-verbaal van het TCI.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het verzoek van appellant onvoldoende grond biedt om de gegevens te verbeteren of te verwijderen. De beperkte kennisneming van het vertrouwelijke proces-verbaal door de Raad was gerechtvaardigd, maar de identiteit van het TCI-subject kon niet aan appellant worden verstrekt. Ook is vastgesteld dat de wettelijke bewaartermijn correct is toegepast en dat appellant zich tot de verkeerde instantie richtte voor bepaalde gegevens.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.