ECLI:NL:RVS:2015:1946
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening veehouderij in strijd met Natuurbeschermingswet wegens bestaand gebruik
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende op 15 oktober 2013 een vergunning voor het in werking hebben van een veehouderij aan een locatie in Utrecht. De Coöperatie Mobilisation for the Environment en een milieuvereniging stelden dat de vergunning onterecht was verleend omdat de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden zou toenemen. Zij voerden aan dat de referentiesituatie onjuist was vastgesteld en dat sprake was van bestaand gebruik dat niet vergunningplichtig is.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht uitging van de stalruimte en de daarmee samenhangende ammoniakemissie zoals die aanwezig was ten tijde van de referentiedata. Er was geen bewijs dat de aanname onjuist was. Wel stelde de Afdeling vast dat het college niet had onderkend dat de aangevraagde situatie bestaand gebruik betrof dat op 31 maart 2010 bestond en niet gewijzigd was sinds de referentiedata.
Daarom was de vergunningverlening in strijd met artikel 19d, derde lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 en had het college ambtshalve moeten vaststellen dat geen vergunningplicht bestond. De vergunning werd vernietigd en de aanvraag geweigerd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: De vergunning voor de veehouderij wordt vernietigd en de aanvraag wordt geweigerd wegens bestaand gebruik zonder vergunningplicht.