ECLI:NL:RVS:2015:1953
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen toepassing spoedeisende bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 18 september 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 was aangeboden bij een ondergrondse restafvalcontainer aan de Cartesiusstraat 247 te Den Haag. Het college heeft de kosten (€126,00) deels aan appellante opgelegd omdat in de huisvuilzak een pakbon met haar naam en adres was aangetroffen.
Appellante betwist dat zij de overtreder is en voert aan dat zij nooit vuilniszakken naast de container plaatst en dat zij op ruime afstand woont. Ook stelt zij dat de pakbon abusievelijk op haar adres is bezorgd en dat zij de brief namens haar werkgever niet heeft weggegooid. Het college stelt dat de aanwezigheid van meerdere poststukken die naar appellante herleiden, het vermoeden van overtreding bevestigt.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de persoon tot wie afval kan worden herleid in principe als overtreder wordt aangemerkt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat hij niet de overtreding heeft begaan. Appellante heeft dit niet voldoende aannemelijk gemaakt. Haar afstand tot de locatie en de verkeerde bezorging van een pakbon zijn onvoldoende om het vermoeden te weerleggen.
Daarom verklaart de Afdeling het beroep ongegrond en wijst het bezwaar van appellante af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het opleggen van kosten voor bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.