ECLI:NL:RVS:2015:1968
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake Remigratiewet, beroep ongegrond verklaard
De appellant heeft een aanvraag om voorzieningen krachtens de Remigratiewet ingediend, die door de Raad van Bestuur is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat appellant zou hebben opgegeven niet te willen remigreren. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze niet-ontvankelijkverklaring, omdat appellant wel degelijk de wens tot remigratie heeft.
De Afdeling overweegt vervolgens ambtshalve dat het besluit van 19 mei 2014, dat de vierde aanvraag afwijst wegens het ontbreken van een bestendige band met Nederland, niet kan worden getoetst door de bestuursrechter omdat het een besluit van gelijke strekking is als een eerder onherroepelijk besluit van 8 mei 2013. Hoewel appellant nieuwe feiten aanvoert, zijn deze onvoldoende om een hernieuwde toetsing te rechtvaardigen.
Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar verklaart het beroep zelf ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van voorzieningen krachtens de Remigratiewet wordt ongegrond verklaard.