ECLI:NL:RVS:2015:1973
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding heffingvrij vermogen
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de intrekking van een toevoeging voor rechtsbijstand door de Raad voor Rechtsbijstand. De toevoeging werd ingetrokken omdat appellant na afloop van de procedure een nabetaling van achterstallig loon ontving die het resultaat van de zaak boven de grens van 50% van het heffingvrij vermogen bracht.
Appellant voerde aan dat de berekening van het resultaat onjuist was en dat de ontbindingsvergoeding niet had mogen worden meegerekend. Ook stelde hij dat de terug te betalen bijstandsuitkering en advocaatkosten onvoldoende waren meegenomen. De Raad oordeelde echter dat de advocaatkosten niet in mindering konden worden gebracht en dat het resultaat van de zaak ondanks correcties nog steeds boven de grens uitkwam.
Verder stelde appellant dat er zwaarwegende omstandigheden waren die intrekking en vordering moesten verhinderen, zoals zijn persoonlijke financiële situatie en terugvorderingen van toeslagen. De Raad volgde dit niet omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet aan zijn betalingsverplichtingen kon voldoen.
De rechtbank had het standpunt van de Raad gevolgd en verklaarde het beroep ongegrond. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de toevoeging voor rechtsbijstand wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.