ECLI:NL:RVS:2015:1975
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen en proceskostenveroordeling
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan twee appellanten elk een boete van €16.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank Rotterdam matigde deze boetes tot €8.000 en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, waarbij het geschil onder meer ging over de vraag of de door de appellanten ingeschakelde medewerkers als derden in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht konden worden beschouwd. De Raad van State oordeelde dat deze medewerkers, hoewel in dienst van een dochteronderneming van dezelfde moedermaatschappij, als derden moeten worden aangemerkt.
Verder betoogden de appellanten dat de boetes verder gematigd moesten worden vanwege de geringe duur en omvang van de arbeid en de getroffen preventieve maatregelen. De Raad van State verwierp deze argumenten, bevestigde de matiging tot €8.000 en oordeelde dat de minister terecht in de proceskosten werd veroordeeld.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige beoordeling van boetes bij overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en benadrukt de strikte interpretatie van het begrip derden voor proceskostenvergoedingen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de matiging van de boetes tot €8.000 en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten voor door derden verleende rechtsbijstand.