ECLI:NL:RVS:2015:1989
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- J.C. Kranenburg
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Hattemse Loo wegens onrechtmatige ontheffing en strijd met ruimtelijke verordening
De raad van de gemeente Hattem stelde op 20 januari 2014 het bestemmingsplan Hattemse Loo vast, dat de bouw van maximaal vijftien woningen mogelijk maakt op een voormalig bedrijfsperceel. Voor dit plan verleende het college van gedeputeerde staten van Gelderland op 20 november 2013 een ontheffing op grond van de Ruimtelijke Verordening Gelderland. Appellanten en de Vereniging Landschap en Milieu Hattem maakten bezwaar tegen deze besluiten en stelden beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat gedeputeerde staten niet deugdelijk hadden gemotiveerd dat bijzondere omstandigheden zich voordeden die de ontheffing rechtvaardigen. Hierdoor was het besluit tot verlening van de ontheffing in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de raad het bestemmingsplan met gebruikmaking van deze ontheffing had vastgesteld, was ook het bestemmingsplan in strijd met de Ruimtelijke Verordening Gelderland en moest het worden vernietigd.
Ondanks de vernietiging van de besluiten, besloot de Afdeling de rechtsgevolgen van het bestemmingsplan in stand te laten. Verder oordeelde de Afdeling dat het plan niet in strijd is met de Omgevingsverordening Gelderland, het provinciaal beleid, het gemeentelijk landschapsontwikkelingsplan, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. Ook zijn de bouwregels en afwijkingsmogelijkheden in het plan redelijk en uitvoerbaar.
De raad van de gemeente Hattem werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellanten en de Vereniging, alsmede tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 24 juni 2015 door voorzitter J.A. Hagen en leden J.C. Kranenburg en R. Uylenburg.
Uitkomst: Vernietiging bestemmingsplan en ontheffing, rechtsgevolgen plan blijven in stand, raad veroordeeld tot proceskostenvergoeding.