ECLI:NL:RVS:2015:1994
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake tenaamstelling voertuig
De RDW had bij besluit van 18 maart 2014 de registratie en tenaamstelling van een voertuig beëindigd. Tegen dit besluit maakte de wederpartij bezwaar, dat door de RDW ongegrond werd verklaard. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond, vernietigde het besluit van de RDW en beval een nieuw besluit binnen zes weken.
De RDW stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering aan de uitspraak van de rechtbank te voorkomen totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 4 juni 2015 en oordeelde dat er twijfel bestaat over de juiste toepassing van Europese richtlijnen, die in de bodemprocedure moet worden onderzocht.
De voorzieningenrechter vond dat het belang van de RDW om onjuiste mutaties in het kentekenregister te voorkomen zwaarder woog dan de belangen van de wederpartij, mede omdat de meeste boetes inmiddels vervallen waren. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, zodat de RDW niet hoeft te voldoen aan het vonnis van de rechtbank totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De RDW hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.