ECLI:NL:RVS:2015:1998
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid beroep inzake afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 6 november 2014 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat het beroep mede betrekking had op een zwaar inreisverbod dat tegen hem was uitgevaardigd.
De Raad van State oordeelde dat vanwege het voortduren van het zware inreisverbod ten tijde van de asielaanvraag, het beroep mede moet worden beschouwd als een verzoek om opheffing van dat inreisverbod. Hierdoor moest het beroep ontvankelijk worden verklaard en inhoudelijk worden behandeld. De eerdere afwijzingen van asielaanvragen en de tegenwerping van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag werden besproken, waarbij de vreemdeling nieuwe persoonsgegevens en motieven aanvoerde, maar deze werden niet als nieuw of relevant beoordeeld.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het niet-ontvankelijkheidsbesluit van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om opheffing van het inreisverbod ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om opheffing van het inreisverbod is ongegrond verklaard na vernietiging van het niet-ontvankelijkheidsbesluit.