ECLI:NL:RVS:2015:2004
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdeling dochter geen reëel risico loopt op besnijdenis bij terugkeer naar Guinee
De staatssecretaris wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat uit het ambtsbericht van juni 2014 blijkt dat de Guinese autoriteiten in samenwerking met internationale organisaties intensief campagne voeren om het aantal besnijdenissen terug te dringen. Hoewel het percentage besneden vrouwen hoog is, neemt het aantal besnijdenissen af, vooral in stedelijke gebieden. Besnijdenis wordt vooral door ouders bepaald, in het bijzonder door de moeder.
De vreemdeling stelde dat haar dochter een reëel risico loopt op besnijdenis, maar maakte niet aannemelijk dat ondanks haar afwijzing van besnijdenis andere familieleden haar dochter zullen besnijden. De Raad concludeerde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat er geen reëel risico is. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.