ECLI:NL:RVS:2015:2005
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende risico vrouwelijke genitale verminking
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, omdat zij stelt dat haar dochter bij terugkeer naar Guinee het risico loopt op vrouwelijke genitale verminking (besnijdenis), wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Afdeling bestuursrechtspraak heeft dit oordeel bevestigd. Uit het ambtsbericht en de aangevoerde stukken blijkt dat in Guinee met steun van de autoriteiten en internationale organisaties intensieve campagnes lopen om besnijdenis terug te dringen, hoewel het percentage besneden vrouwen nog hoog is. Besnijdenis wordt vooral door de moeder bepaald, en de vreemdeling heeft verklaard niet te willen dat haar dochter wordt besneden.
De Afdeling concludeert dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar dochter een reëel risico loopt om tegen haar wil besneden te worden. De grieven falen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.