ECLI:NL:RVS:2015:2007
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 16 juli 2014 besloten de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling met terugwerkende kracht tot 3 september 2010 in te trekken en zijn aanvraag voor verlenging en een vergunning voor onbepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond voor zover het de intrekking betrof en vernietigde dat besluit.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt in haar uitspraak van 15 juni 2015 vast dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat intrekking met terugwerkende kracht niet mogelijk was omdat de vergunning op het moment van intrekking al was verlopen. De jurisprudentie laat toe dat intrekking met terugwerkende kracht kan plaatsvinden zolang deze betrekking heeft op een periode waarin de vergunning nog geldig was.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en dat van de vreemdeling ongegrond, en verklaart het beroep van de vreemdeling in de onderliggende procedure ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht bevestigd.