ECLI:NL:RVS:2015:2014
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en weigering medewerking aan terugkeer naar Somalië
Bij besluit van 2 april 2015 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het vermoeden dat hij zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit op 16 april 2015 vernietigd en de bewaring opgeheven, mede vanwege de vrijspraak van de vreemdeling in een strafrechtelijke procedure en zijn gestelde minderjarigheid.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte gewicht had toegekend aan de vrijspraak en minderjarigheid, aangezien de vreemdeling op het moment van inbewaringstelling meerderjarig was en artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag tegen hem was toegepast. Tevens weigerde de vreemdeling medewerking aan zijn terugkeer naar Somalië.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris terecht aannam dat een lichter middel dan bewaring onvoldoende was om de uitzetting te waarborgen. De gronden voor bewaring, waaronder het niet naleven van vertrektermijnen, onvoldoende medewerking aan identiteitsonderzoek en het weigeren van terugkeer, waren voldoende onderbouwd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling tegen vreemdelingenbewaring ongegrond.