ECLI:NL:RVS:2015:2016
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat in de Koerdische Autonome Regio geen uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld bestaat
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat in de Koerdische Autonome Regio (KAR) een uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld bestond die bescherming rechtvaardigt. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht de veiligheidssituatie in de KAR aan de hand van ambtsberichten van 2014 en 2015, rapporten en persberichten. Hoewel er sprake is van een gewapend conflict in Irak, blijkt uit de stukken dat de Koerdische veiligheidsorganisaties de situatie in de KAR over het algemeen onder controle hebben en dat het geweld zich beperkt tot incidenten zonder grootschalige gevechtshandelingen in de KAR zelf.
De Afdeling concludeerde dat de mate van willekeurig geweld in de KAR niet voldoet aan de hoge drempel van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het grote aantal binnenlandse ontheemden in de KAR betreft voornamelijk vluchtelingen uit andere provincies. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling, waarbij ook het beroep op de reguliere verblijfsvergunning moet worden beoordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.