ECLI:NL:RVS:2015:2027
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening kinderopvangtoeslag op nihil wegens onvoldoende bewijs kostenbetaling
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep tegen herzieningsbesluiten van de Belastingdienst/Toeslagen ongegrond verklaarde. De Belastingdienst had de voorschotten kinderopvangtoeslag over 2008, 2009 en 2010 herzien en op nihil vastgesteld omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de gestelde kosten waren betaald.
Appellant voerde aan dat de kosten contant waren voldaan via geldopnames met haar bankpas door gastouders, onderbouwd met bankafschriften. De Afdeling overwoog dat op grond van de toepasselijke wetgeving de kosten daadwerkelijk moeten worden aangetoond met passende bewijsstukken, zoals kwitanties. De bankafschriften alleen boden onvoldoende inzicht dat de contante opnames daadwerkelijk aan de gastouders zijn betaald.
De Afdeling stelde vast dat de contante opnames onregelmatig waren en niet overeenkwamen met de maandelijkse, constante kosten van kinderopvang. Hierdoor was niet aannemelijk dat de contante bedragen aan de gastouders waren voldaan. De rechtbank had dit terecht beoordeeld en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat voor het verkrijgen van kinderopvangtoeslag een duidelijke en onderbouwde bewijsvoering van de gemaakte kosten vereist is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de kinderopvangtoeslag op nihil wordt bevestigd.