ECLI:NL:RVS:2015:2031
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig nemen van dwangsombesluiten door College en minister
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van dwangsombesluiten door het College van procureurs-generaal en de minister van Veiligheid en Justitie. Het College stelde een dwangsom van €60,- vast, terwijl de minister stelde geen dwangsom verschuldigd te zijn. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van dwangsombesluiten en tegen het besluit van 25 juni 2014 niet-ontvankelijk en de bezwaren tegen de besluiten van 17 september 2014 ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het College eerder had besloten dan de rechtbank aannam en dat de minister onterecht geen dwangsom verschuldigd was, omdat het verzoek betrekking had op persoonsgegevens. De Afdeling oordeelde dat het College binnen de wettelijke termijn had beslist en dat het verzoek aan de minister geen aanvraag in de zin van de Awb was, omdat het slechts om informatie ging.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het College niet-ontvankelijk had verklaard en dat de rechtbank onbevoegd was om kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een dwangsombesluit door de minister. De besluiten van 17 september 2014 werden vernietigd en het hoger beroep werd gegrond verklaard. Het College en de minister moeten het betaalde griffierecht van appellant vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de besluiten van 17 september 2014 worden vernietigd en het beroep tegen het College wordt ongegrond verklaard.