ECLI:NL:RVS:2015:2043
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omgevingsvergunning bouw stal wegens onvoldoende motivering afwijkingsbevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders van Ede verleende op 29 mei 2012 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een zeugen-strostal, kraamzeugen/biggenstal, berging en het slopen van kalverenstallen op een perceel te Harskamp. Tegen dit besluit maakten meerdere appellanten bezwaar, dat door het college deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant sub 1 ongegrond en dat van appellant sub 2 gegrond, waarbij het college werd opgedragen een voorwaarde te verbinden aan de vergunning omtrent het slopen buiten het broedseizoen.
In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat het college in het besluit van 17 september 2012 onvoldoende had gemotiveerd waarom is voldaan aan de voorwaarde voor toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in artikel 3.4.6 van de planregels. Na een tussenuitspraak en een nieuw besluit van het college op 10 maart 2015, waarin het college nader onderbouwde dat de verkleining van de afstand noodzakelijk is voor een verantwoorde bedrijfsvoering, oordeelde de Afdeling dat deze motivering redelijkerwijs toereikend was.
Het hoger beroep van appellant sub 1 werd gegrond verklaard en het eerdere besluit vernietigd vanwege de gebrekkige motivering. Het hoger beroep van appellant sub 2 werd ongegrond verklaard. Tevens werd het beroep van appellant sub 1 tegen het nieuwe besluit van 10 maart 2015 ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant sub 1.
Uitkomst: Het besluit van het college van B&W Ede wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, met proceskostenvergoeding aan appellant sub 1.