ECLI:NL:RVS:2015:2057
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag extra uren rechtsbijstand in strafzaak wegens ontbreken van feitelijke en juridische complexiteit
De zaak betreft een hoger beroep van een advocaat tegen de afwijzing door de Raad voor Rechtsbijstand van een aanvraag voor extra uren rechtsbijstand in een strafzaak. De aanvraag werd door de raad afgewezen omdat niet was gebleken dat de zaak zodanig feitelijk of juridisch complex was dat de behandeling niet binnen de forfaitaire tijdsgrens kon plaatsvinden.
De advocaat stelde dat de zaak juridisch complex was vanwege de nauwe samenhang van de leerstukken medeplegen, poging en poging tot moord, en verwees naar het feit dat aan een advocaat van een medeverdachte extra uren waren toegekend. De rechtbank had deze stelling verworpen en geoordeeld dat het enkel hogere aantal bestede uren niet voldoende is om complexiteit aan te nemen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de zaak van de medeverdachte wezenlijk verschilde.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing onderstreept het belang van objectieve criteria voor de beoordeling van bewerkelijkheid en proportionaliteit bij de toekenning van extra rechtsbijstanduren.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor extra uren rechtsbijstand wordt bevestigd omdat de zaak niet feitelijk of juridisch complex is.