ECLI:NL:RVS:2015:2080
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. Van Buuren
- C.J. Borman
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving en dwangsombeschikking bij illegale bouw in agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede legde appellante een last onder dwangsom op voor het zonder omgevingsvergunning bouwen van een kapschuur en zwembadoverkapping op een perceel met agrarische bestemming. Appellante stelde dat sprake was van agrarische activiteiten en dat er zicht was op legalisatie, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het college ten onrechte handhavend optrad, dat het rapport van DLV als vergunningaanvraag moest worden gezien, en dat de dwangsommen onterecht werden ingevorderd, mede omdat zij de kapschuur en grond had overgedragen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht handhavend optrad omdat de bouwwerken niet binnen de bestemmingsplanregels vielen en dat het rapport geen vergunningaanvraag was. De overdracht van de kapschuur deed niet af aan de verbeurde dwangsommen.
Verder werd geoordeeld dat het college de bevoegdheid tot invordering niet had laten verjaren en dat de besluiten tot uitstel van betaling deels vernietigd moesten worden vanwege onjuiste bekendmaking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd, en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met gedeeltelijke vernietiging van besluiten tot uitstel van betaling.