ECLI:NL:RVS:2015:2085
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing intrekking Nederlanderschap
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij besluit van 3 juli 2013 het Nederlanderschap van de wederpartij ingetrokken. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 13 december 2013 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit tot intrekking.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee de uitspraak van de rechtbank geschorst zou worden totdat op het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter overwoog dat het belang van de staatssecretaris bij schorsing spoedeisend is, mede vanwege een aanstaande kort gedingprocedure waarin het Nederlanderschap een rol speelt.
De voorzieningenrechter vond dat het belang van de wederpartij bij het behouden van het Nederlanderschap niet zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris bij schorsing. Bovendien blijft de terugkeergarantie uit het besluit van 13 mei 2015 van kracht tijdens de schorsing. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en de uitspraak van de rechtbank geschorst.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt geschorst bij wijze van voorlopige voorziening.